maandag 30 januari 2012
Goede wijnjaren
1911, 1921, 1928, 1929, 1934, 1945, 1947, 1959, 1961, 1966, 1978, 1983, 1985, 1988, 1989, 1990, 1995, 1996, 2000 en 2005
zondag 29 januari 2012
Opbouwende blasfemie
Het idee van het bestaan van een opperwezen is in eerste instantie een begrijpelijk, echter kijkend naar de aanwijzingen die leiden naar een tegengestelde conclusie kan toch min of meer wel worden gezegd: God bestaat echt niet, sjezus!
vrijdag 6 januari 2012
woensdag 28 december 2011
Henry en de Hertenmolen
Henry was op zoek naar de hertenmolen. Vanuit Rotterdam Lombardijen had hij de bus genomen naar Kinderdijk, het molen walhalla van Zuid-Holland. Om nou te zeggen van heel Nederland is wellicht wat overtrokken, Zaanse Schans kon er echter ook wat van. Maar Henry woonde daar niet echt dicht in de buurt dus hij zocht zijn heil niet daar. De hertenmolenwaar Henry naar op zoek was bestond naar alle waarschijnlijkheid niet eens en als Henry dan ook nog helemaal naar Noord-Holland zo zijn afgereisd om daar achter te komen zou hij flink bedrogen uitkomen. Hiertegen wilde Henry zichzelf maar al te graag in bescherming nemen.
Hij wist ook niet helemaal zeker wat de exacte herkomst van de naam was (was het een molen waarin herten vermalen werden, werd hij aangedreven door herten of was het puur symbolisch), Henry tastte volledig in het duister. Hij had de avond ervoor in de kroeg erover gehoord en dit had zijn nieuwsgierigheid en fantasie weten te bespelen.
Na een busreis die onder andere leidde langs Ridderkerk en andere bible-belt-gehuchten kwam de bus uiteindelijk aan in Kinderdijk. Slenterend langs de dijk bekeek hij aandachtig alle houtgesneden naamborden van de verschillende molens die hij passeerde. Geen van allen had echter in de verste verte iets met herten te maken, laat staan andere gehoefde dieren. De moed begon Henry wat in de schoenen te zakken, zeker toen hij zag dat hij vrijwel alle molens inmiddels was gepasseerd. Ook bij de laatste molen bleek hij bot te vangen. Ook een vraag bij de plaatselijke bevolking naar het hoe en wat bood geen uitkomst. Beteuterd liep hij terug naar de bushalte, mijmerend over het feit dat deze molen dan misschien toch in Zaanse Schans stond en of hij daar dezelfde dag nog naartoe zou gaan. Dat deed hij maar niet, hij keerde terug naar zijn woonplaats. Om daar als een van de eersten weer plaats te nemen aan de toog van het dorpscafé. Hij raakte in gesprek over de molen en vond in de fantasie zijn tegenstander.
dinsdag 22 november 2011
De zoveelste poging
Na wat weer een romantische ballonvaart was, gaf Erica haar vriend toch weer het nee-woord.
donderdag 17 november 2011
Studentenhuis
Remspoorloos!
Toen Drouard en Laviolette zich in 1903 bezighielden met het ontwerpen van de eerste auto ter wereld met remmen op alle vier de wielen, konden zij waarschijnlijk niet bedenken dat hun inzet voor de auto-industrie later van grote betekenis zou zijn voor de Nederlandse taal. Zelfs nu, in de 21e eeuw, doet de taal ons nog altijd herinneren aan deze grote namen uit de geschiedenis. Het is onder andere dankzij deze twee ontwerpers, die gezien hun ogenschijnlijke betrokkenheid met de burger zouden kunnen worden beschouwd als ware weldoeners, dat het niet lang meer zou duren voordat iemand het woord remspoor voor het eerst in zijn mond zou nemen.
Zoals eenieder uit eigen ervaring heeft kunnen leren, brengt het verstrijken van de tijd ontwikkelingen met zich mee. Objecten, betekenissen, perceptie, ze kunnen allen met de tijd veranderen. Zo komt het, dat ook het gebruik van het woord remspoor onderhevig is geweest aan veranderingen, met als gevolg dat het woord tegenwoordig tot de ambigue begrippen kan worden gerekend.
Hoewel de esthetische waarde van een tastbaar remspoor bediscussieerd zou kunnen worden en zich in de praktijk ook goed blijkt te lenen voor discussies, is menigeen het erover eens dat de esthetische waarde van het woord vaststaat. Een plek in het Nederlands woordenboek is dan ook vanzelfsprekend. De ontwikkeling van het woord tot ambigu begrip kan worden gezien als een verdediging van deze plek en geeft bovendien blijk van de potentie van het begrip, die tevens perspectieven biedt voor de toekomst. Voorlopig blijft het gebruik van het begrip beperkt tot twee contexten, te weten: in het verkeer en op het toilet.
Gezien deze korte geschiedenis is het meer dan logisch dat ik vanmorgen op het toilet een remspoor tegenkwam, dat als eerbetoon moet hebben gediend of dat ik als een nostalgische hulpkreet had moeten interpreteren. Ik ben mij ervan bewust dat mijn subjectiviteit hierbij een rol speelt, maar zowel de geur als het aanzicht van een remspoor doen mij intens verlangen naar hygiëne. Uit respect voor eventuele meningsverschillen zal ik niemand vragen om zich in te houden, maar wat betreft het uitdragen van boodschappen zou ik graag een beroep doen op uw fatsoenlijkheid. Graag zou ik u willen vragen om uw remspoor, nadat u hier op uw eigen manier van heeft kunnen genieten, vaarwel te zeggen en het toilet in oorspronkelijke staat achter te laten. Zo ondervinden anderen geen last van uw remspoor en maakt u het anderen mogelijk hun eigen stempel te drukken op een toiletbezoek. Mijn dank is bij voorbaat groot.
“And in thy message thou shalt see thyself. In thy bathroom thou shalt smell the stench which thy message giveth thee. And in it thou shalt not leave thy work, thou, nor thy roommate, nor thy stranger that is within thy walls: he that defecateth shall flush.” – IBB 139:1-3
Toen Drouard en Laviolette zich in 1903 bezighielden met het ontwerpen van de eerste auto ter wereld met remmen op alle vier de wielen, konden zij waarschijnlijk niet bedenken dat hun inzet voor de auto-industrie later van grote betekenis zou zijn voor de Nederlandse taal. Zelfs nu, in de 21e eeuw, doet de taal ons nog altijd herinneren aan deze grote namen uit de geschiedenis. Het is onder andere dankzij deze twee ontwerpers, die gezien hun ogenschijnlijke betrokkenheid met de burger zouden kunnen worden beschouwd als ware weldoeners, dat het niet lang meer zou duren voordat iemand het woord remspoor voor het eerst in zijn mond zou nemen.
Zoals eenieder uit eigen ervaring heeft kunnen leren, brengt het verstrijken van de tijd ontwikkelingen met zich mee. Objecten, betekenissen, perceptie, ze kunnen allen met de tijd veranderen. Zo komt het, dat ook het gebruik van het woord remspoor onderhevig is geweest aan veranderingen, met als gevolg dat het woord tegenwoordig tot de ambigue begrippen kan worden gerekend.
Hoewel de esthetische waarde van een tastbaar remspoor bediscussieerd zou kunnen worden en zich in de praktijk ook goed blijkt te lenen voor discussies, is menigeen het erover eens dat de esthetische waarde van het woord vaststaat. Een plek in het Nederlands woordenboek is dan ook vanzelfsprekend. De ontwikkeling van het woord tot ambigu begrip kan worden gezien als een verdediging van deze plek en geeft bovendien blijk van de potentie van het begrip, die tevens perspectieven biedt voor de toekomst. Voorlopig blijft het gebruik van het begrip beperkt tot twee contexten, te weten: in het verkeer en op het toilet.
Gezien deze korte geschiedenis is het meer dan logisch dat ik vanmorgen op het toilet een remspoor tegenkwam, dat als eerbetoon moet hebben gediend of dat ik als een nostalgische hulpkreet had moeten interpreteren. Ik ben mij ervan bewust dat mijn subjectiviteit hierbij een rol speelt, maar zowel de geur als het aanzicht van een remspoor doen mij intens verlangen naar hygiëne. Uit respect voor eventuele meningsverschillen zal ik niemand vragen om zich in te houden, maar wat betreft het uitdragen van boodschappen zou ik graag een beroep doen op uw fatsoenlijkheid. Graag zou ik u willen vragen om uw remspoor, nadat u hier op uw eigen manier van heeft kunnen genieten, vaarwel te zeggen en het toilet in oorspronkelijke staat achter te laten. Zo ondervinden anderen geen last van uw remspoor en maakt u het anderen mogelijk hun eigen stempel te drukken op een toiletbezoek. Mijn dank is bij voorbaat groot.
“And in thy message thou shalt see thyself. In thy bathroom thou shalt smell the stench which thy message giveth thee. And in it thou shalt not leave thy work, thou, nor thy roommate, nor thy stranger that is within thy walls: he that defecateth shall flush.” – IBB 139:1-3
Abonneren op:
Posts (Atom)
